Dutch text
Original tekst
Con ick my om u hals soo menighmalen winden,
en ghy my wederom met soo veel krullen binden,
in u sneewitten arm, als wel den wijnstock spreyt,
alwaer hy ons den Olm sijn jonghe telgen breyt.
Moght ick het honighsoet staegh aen u lippen rapen:
dan sou noch lust, noch sucht tot eeten of tot slapen,
noch wat ons lieffelijcks den milden Hemel gaf,
my locken, Roosemond, van uwe lipjes af.
Wy souden om de vlam van onse min te blussen,
ons moorden omderlingh met vriendelijcke kussen,
soo lange tot u ziel, geselschapt met de mijn,
sou aen het doode veer in Charons schuytje zijn.
Dan souden wy terstont dan gheraecken in de weyen,
daer sich in stage vreught den Adel gaet vermeyen,
daer 't Heldelijck geslacht ontrent haer Vrijsters sweeft,
wiens oude oude minnevier noch in haer borsten leeft.
Daer't brave Joffrouvolck of met haer Helden dansen,
of singen in een dal, of vlechten myrten kransen.
Daer door de dichte blaen den soeten Zephir queelt,
en 't groene Laurenloof met sijnen schaduw speelt;
daer't altijt Lenten is, daer roose bloempjes
blasen haer soeten aessem, om de zieltjs mee te asen.
Daer sou de blijde schaer van hare plaets opstaen,
en in haer saligh rijck ons vriendelijck ontfaen,
en beyde boven aen op hare stoelen setten,
op kussens van Narcis en sachte violetten.
En niemant souder zijn, hoe grooten Heer of Vrouw,
die ons de hooghste plaets niet garen geven sou.
|
Dutch translation
Modern version
Zou ik mij vele malen om je nek kunnen wikkelen,
en zou jij me weer vastbinden met zoveel krullen,
in je sneeuwwitte arm, zoals de wijnstok zich uitspreidt,
waar hij ons zijn jonge nakomelingen verbroedert met de Olm.
Mocht ik de honing van je lippen vergaren:
dan zou ik geen lust hebben in eten of slapen,
noch in wat de zoete hemel ons gaf,
mijn lokken, Roosemond, van jouw lippen.
We zouden de vlam van onze liefde doven,
we doden elkaar met vriendelijke kussen,
zo lang naar jouw ziel, verbonden met de mijne,
zou de doodsveer in Charons boot zijn.
Dan gingen we meteen naar de weilanden,
omdat de adel zich altijd gaat vermaken,
waar de heldhaftige familie zweeft over haar liefdes,
wier oude liefdesvuur nog steeds in haar borsten leeft.
Laat brave meisjes dansen met hun helden,
of zingen in een vallei, of mirtenkransen weven.
Waar door de dichte bladeren de zoete Zephir zucht,
en het groene Lauriergebladerte speelt met zijn schaduw;
waar altijd de lente is, waar roze bloemen
hun zoete adem blazen om de ziel te kalmeren.
Daar zou de vrolijke menigte van zijn plaats opstaan,
en in haar goedheid ons vriendelijk behagen,
en zowel boven als op hun stoelen zitten,
op kussens van narcissen en zachte viooltjes.
En niemand, ongeacht hoe grote Heer of Vrouw,
zou ons niet de hoogste plaats geven.
|
English translation
Could I wrap myself around your neck many times,
and would you tie me up again with so many curls,
in your snow-white arm, as the vine spreads,
where he fraternizes his young descendants with the Olm.
Would I gather the honey of your lips:
then I would have no desire to eat or sleep,
nor in what sweet heaven gave us,
my locks, Roosemond, from your lips.
We would extinguish the flame of our love,
we kill each other with friendly kisses,
so long to your soul, connected to mine,
would be the death ferry in Charon's boat.
Then we went straight to the meadows,
because the nobility always enjoy themselves,
where the heroic family hovers over her loves,
whose old fire of love still lives in her breasts.
Let good girls dance with their heroes,
or sing in a valley, or weave wreaths of myrtle.
Where through the dense leaves sweet Zephir sighs,
and the green Laurel foliage plays with its shadow;
where there is always spring, where pink flowers
blowing their sweet breath to soothe the soul.
There would rise the joyful crowd from its place,
and in her goodness kindly please us,
and sit both above and on their seats,
on cushions of daffodils and soft violets.
And no one, no matter how great Lord or Woman,
wouldn't give us the highest place.
|